zondag 11 oktober 2009

Strik.

Ik open mijn raam en ga zitten in het kozijn. Benen bungelen, thee dampt. Ik zoek de torens in de mist en gelukkig ontwar ik lichtjes hun silhouet. Ik luister naar de vallende regen en kijk hoe cirkels en belletjes in plassen snel opduiken, nog sneller verdwijnen. Net zoals hij. Mijn oog valt op een fles parfum, verscholen achter bloemen en kaarsen op mijn vensterbank. Ik strek mijn hand uit, twijfel even, maar pak het flesje dan toch. 'Niet ruiken, niet ruiken.', weergalmt het in mijn hoofd. Ik ruik toch. Zijn geur vervult en pijnigt me.

Het is tijd. Ik diep de doos die hij ooit voor me beschilderde op uit mijn kast en leg er de fles in. Ik neem de boeken die hij me gaf, de brieven die hij me schreef, de foto's, het muziekdoosje waar hij zo vaak aan draaide, vrolijk en vals meezingend, de metrokaartjes, de laatste roos. Ik sluit de doos, strik er een lint rond en zet hem ver weg boven op mijn kast.

De strik zal de doos sieren tot de dag dat we elkaar terug zien. Samen zullen we eindelijk proeven van de fles wijn die ik lang geleden voor ons meebracht uit Saint-Amour. Samen zullen we onze opgeborgen verhalen en liefde herinneren. Samen zullen we besluiten dat ondanks het einde, het verhaal mooier was dan ooit gehoopt.

1 opmerking: