maandag 24 mei 2010

Brief.

Na twaalf jaar samen kenden we elkaar door en door, dat dachten we toch, en waren we vriendinnen geworden. Ik heb het echter vaak moeilijk gehad met onze vriendschap; ik voelde dat we op latere leeftijd nooit allemaal vriendinnen zouden zijn geworden, maar dat tijd en omstandigheden ons daartoe gedwongen hadden. Er was een onuitgesproken hiƫrarchie aanwezig en ook al deden jullie alsof dat een illusie was, wist iedereen wel beter. Onze vriendschap heeft me vaak gekwetst, maar ergens ben ik jullie daar dankbaar voor. Onbewust hebben jullie me uiteindelijk geleerd veeleisender te (mogen) zijn. Ik verlangde altijd al veel van mijzelf als vriendin, maar eis eindelijk evenveel van anderen. Ik neem afscheid van jullie, we zijn niet (meer) genoeg voor elkaar. De afstand die al drie jaar letterlijk aanwezig is, zal na dit schrijven ook figuurlijk zijn. Ik zal jullie altijd graag zien en koester onze herinneringen, jullie zijn een mooi deel van mijn verleden. Het verleden moet ik echter loslaten voor mijzelf, voor mijn morgen samen met anderen.

Na verdriet komt opluchting en na boosheid komt begrip - ook voor mij. Het ga jullie goed.

zaterdag 8 mei 2010

Handschrift.

Herinner je je nog het allereerste wat je naar me schreef? Je kwam voor het eerst bij mij thuis, we kenden elkaar nog maar net. Nadat je 's ochtends onnozel gedichtjes had voorgedragen, vroeg ik plots naar je handschrift. Ik vond het raar dat ik niet wist hoe het eruit zag en besefte hoeveel er nog te ontdekken viel, hoe pril alles eigenlijk nog was. Net voor je vertrok, zette je enkele woorden op papier. Je handschrift was net zoals ik het me voorgesteld had en op je woorden had ik stiekem gehoopt. Ik wilde je hetzelfde vertellen, maar durfde niet en in plaats van woorden gaf ik je kusjes. Ik miste je verschrikkelijk toen je vertrok en las je briefje die avond nog wel honderd keer. Ik bloosde van geluk.