vrijdag 26 maart 2010

Muggen.

Toen je vroeg of ik liever terug naar huis wilde, deed mijn lichaam zo veel zeer. Na dagen waarin we van veel te veel muggen olifanten hadden gemaakt, kon ik niet meer. De gedachte dat het misschien afgelopen was, verscheurde me echter zo. Ik werd verschrikkelijk kwaad. Het was niet juist, we zagen elkaar zo graag.

Mijn hoofd werd leeg, ik haalde adem en zei: "Jij gooit mij ook omver en ik heb ook schrik. Je bent niet alleen. Je mag het niet zomaar opgeven, daarbij ga ik nergens heen. We moeten samen onze weg zoeken en ik beloof je dat er na elke bocht weer een mooi recht stuk komt. Wij zijn geen doodlopende straat. Echt niet."

Je nam me eindelijk weer in je armen en we hadden elkaar nog liever.


P.S. Sindsdien versperren alleen de vrolijke vroege lentemuggen soms de weg.

maandag 15 maart 2010

Passieve faalangst.

Ik vergeet te schrijven, zowel hier als in mijn boek als naar zij die mij schrijven. Ik vergeet het bewust, omdat ik niet tevreden ben met wat ik schrijf. Ik vind het niet goed, waarom dan schrijven? Ik leg de lat hoog voor mijzelf. Ik ben nog lang niet wie ik wil zijn, wie ik ben. Ik wil goed zijn, goed studeren, goed schrijven. Beter dan goed. Ik wil niet falen en dat gevoel bezorgt mij zo veel schrik, dat ik alles uitstel en de confrontatie uit de weg ga.

Zo faal je inderdaad niet, zei ze, maar haal je daarentegen ook niets. Haar woorden raakten me; ze vertelden de waarheid die ik zelf niet onder ogen wilde zien. Opstand kwam na verdriet en al even leer ik er tegen ingaan. Vanaf vandaag ook weer hier.