Ik vier vakantie, aan schrijven kom ik even niet toe. Ik ga op pad met mijn rugzak om over een week naar huis te keren, maar eerst nog even dansen met al mijn vriendinnetjes op een festival en daarna naar haar stad afzakken. Ik geniet.
vrijdag 26 juni 2009
vrijdag 19 juni 2009
Onveranderlijk.
Twaalf jaar hebben we samen doorgebracht. De lagere schooljaren vechtend en spelend, jongens tegen meisjes. De eerste middelbare schooljaren roddelend wat de meisjes betreft, pestend wat de jongens aangaat, nog steeds jongens tegen meisjes. De laatste jaren leerden we echter naar elkaar luisteren, elkaar aanvaarden. We werden hechter en hechter. Ondertussen waren we mannen en vrouwen geworden, zo voelden we ons tenminste, en eindelijk hadden we samen plezier. Onze leraren spraken over ons als de vreselijkste klas ooit om les aan te geven, tegelijkertijd de leukste groep sinds jaren.
Toen het einde van ons laatste jaar naderde, werd, zoals al jaren de traditie is, een mooi boek gedrukt waarin iedereen die afstudeerde een ereplaatsje kreeg. In het kadertje naast ieders foto werd in een paar zinnen door vrienden samengevat wie jij bent. Tenminste, dat is wat ik dacht, tot de dag dat ik las wat er over mij in het boek geschreven was. Er werd geen woord gerept over mij, over mijn karakter, het ging alleen maar over mijn uiterlijk. In de laatste zin werd wel nog even snel toegevoegd dat ik slim was, anders viel het natuurlijk iéts te hard op.
Ik was verdrietig, alleen maar dàt, na al die jaren? Toch stond er eigenlijk precies wat ik verwacht had. Ik had me enkele dagen voor we het boek zouden krijgen al afgevraagd wat ze in godsnaam over mij zouden schrijven. Ik kon veel bedenken, maar tegelijkertijd wist ik dat niets daarvan in het boek zou staan. Simpelweg omdat ze daar niets van afwisten. Simpelweg omdat ik hun niet de kans had gegeven mij echt te leren kennen. Ik besefte dat hun woorden niet vertelden wie ik ben, maar wie ik al die jaren bij hun was. Het besef dat ze me zo zouden herinneren, maakte me woedend. Ik was woedend op mezelf, woedend dat ik al die jaren gefaald had in zijn wie ik ben. Ik was echter ook woedend op hem, hij die mede verantwoordelijk was voor de persoonlijke verhaaltjes. Hij kende me beter dan iedereen, beter dan ik mezelf kende. Ik begreep het niet, het kwetste me.
Later die dag sprak hij me er op aan. Hij had gezien dat ik teleurgesteld was, iedereen had het gezien. Hij vertelde me dat hij mijn stukje niet geschreven had, dat een vriendin van me dat had gedaan, en dat het inderdaad niet over mij ging. Ik vertelde hem dat het me kwetste, omdat het bevestigde hoe ik me al die jaren gevoeld heb, omdat het bevestigde dat ik er niet in geslaagd was mezelf te openen, hoe hard ik ook geprobeerd had. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ik zijn antwoord als een compliment of als een belediging moet opvatten. Het verwarmde mijn hart, hij kende me inderdaad beter dan wie dan ook, maar tegelijkertijd was het précies dat wat hij vertelde wat me zo ongelukkig maakte.
Hij vertelde me hoe frustrerend het voor hem is dat ik niet doorheb hoe mooi en anders ik ben, ook hoe frustrerend het is dat anderen dat niet doorhebben. Tegelijkertijd vond hij het echter mooi dat ik het niet doorheb, omdat ik het daarom niet uitbuit. Hij vertelde me dat ik bijvoorbeeld veel lees, weet en doe, maar ik daar nooit ook maar een woord over rep. Hij daarentegen praat de hele dag over de boeken die hij leest, over dat wat hij doet, hij wil al dan niet bewust laten zien hoeveel kennis hij heeft. Hij vertelde me dat ik juist altijd mezelf ben, maar dat niet besef. Hij vertelde me dat ik ongelofelijk veel geef aan anderen. Zonder dat zij dat beseffen. Zonder dat ik dat zelf besef. Zonder dat ik besef dat ik eigenlijk veel meer geef dan ik krijg, en dat ik helemaal niet erg lijk te vinden. Hoe mooi dat wel niet is. Hij vertelde me dat hij niemand anders kent die is zoals ik ben. Zo anders, zo mysterieus. Alsof je als het ware echt naar mij op zoek moet gaan om te ontdekken wie ik ben, om te weten wat ik allemaal onbewust verborgen houd. Hij vertelde me dat hij daarom zo veel van mij houdt.
Ik herinner me dat ik het heel fijn vond te luisteren naar wat hij vertelde. Ik herinner me dat ik nog nooit op die manier over mezelf had nagedacht. Hij hielp me beseffen wie ik ben, nog meer hielp hij me aanvaarden wie ik ben. Ik herinner me dat ik van hem hield. Ik herinner me echter ook dat ik het tegelijkertijd heel moeilijk vond te luisteren naar wat hij vertelde. Geef ik inderdaad meer dan ik krijg, meer dan ik terug verwacht? Is dat wel zo mooi? Laat ik me dan niet door anderen doen? Ik wil open zijn, maar wat als ik inderdaad echt zo gesloten en mysterieus ben? Wie wil er in hemelsnaam op zoek gaan naar mij?
Het is inmiddels twee jaar later. Ik weet niet of er iets anders dan toen zal uitkomen als er nu over mij geschreven zou worden, door oude of nieuwe vrienden. Ik denk van niet. Ik ben nog steeds gesloten, zelfs geslotener. Ik ben nog steeds meer luisterend dan pratend, meer gevend dan krijgend.
Ik vind het moeilijk van mezelf te houden. Ik vind het moeilijk te beseffen dat ik mezelf moet aanvaarden voordat ik mezelf kan veranderen. Ik weet niet eens of ik mezelf nog wel wil veranderen. Ik vind het moeilijk mezelf te moeten vertellen dat ik mooi ben. Hij vertelde me dat vroeger en ik geloofde hem, al dan niet terecht, maar dat doet er niet toe. Ik mis hem. Zij vertelde me dat ook, jarenlang. Zij is de enige die net zoals hij op zoek naar mij is gegaan. Zij vertelt me nu nog steeds dat ik mooi ben. Zij beseft zelf niet eens hoe mooi ze is. Ik mis haar.
Niet wetende wie ik ben, mis ik mezelf.
zaterdag 13 juni 2009
Verlangen.
Mijn zoektocht is voorlopig verre van vruchtbaar. De afgelopen weken beginnen door te wegen, de vermoeidheid is groot. Mijn gedachten dwalen steeds af naar fijnere dingen. Ik verlang naar vrijheid, zorgeloos genieten, fietstochtjes, margrietjes, lachen, vriendinnen, reisjes. Nog tien dagen.
Over een paar dagen ga ik naar mijn liefste -alhoewel, in deze periode even niet- stad en leg ik mijn voorlaatste examen af. Ik wil daarna 'Mijn Boeken' mee naar huis nemen, deze week was ik ze helaas vergeten. Ik ben benieuwd naar wat ik allemaal zal lezen, zal voelen en me weer zal herinneren. Ik heb 'Mijn boeken' het afgelopen jaar niet een keer aangeraakt. Teveel droevige verhalen of juist verliefd gekriebel over hem, toen liever niet. Wie weet kom ik al lezend wel iets mooi tegen, en verschijnt het hier een dezer dagen. Tot dan verdwijn ik nog even ietsje meer.
vrijdag 12 juni 2009
Trots.
Snel heb ik vanochtend een douche genomen, mijn vrolijkste zomerjurkje aangedaan en mijn nagels roze gelakt. Gedaan met dat vieze haar waar je nog net geen frietjes in kan bakken, gedaan met die donkere lompen waarin ik niet eens de voordeur durf te openen. Ik heb een pot thee gezet en een paar lekkere koekjes op een schaaltje gelegd. Het raam staat op een kiertje, de zonnestralen piepen binnen en ik hoor de vogeltjes fluiten. Gedaan met het treurige "Ik heb zes weken examens"-gevoel, ik ben klaar voor deze eerste "Studeren zoals ik schrijf"-dag!
Het afgelopen jaar was niet mijn beste jaar ooit, dat is ook aan mijn studieresultaten te zien. Helaas, want ik studeer eindelijk iets waar ik van houd, dus wil ik eigenlijk niets liever dan het goed doen. Het is juist de gedachte dat ik eindelijk op mijn plaats zit, die er echter de voorbije tijd voor gezorgd heeft dat ik in mezelf ben blijven geloven. Ik besefte dat ik eerst mezelf (terug) moest vinden, voordat ik al het andere goed kon doen. Ik heb veel tijd in mezelf gestoken, de dagen dat ik mijn bed niet uitkwam minderden, ik werd hoopvol. Ik kreeg weer energie, weer levenslust, en ondertussen heb ik wat gebeurd is zo goed als mogelijk een plaats gegeven.
Ik voel me beter en beter, sterker nog, ik voel me goed. Het doet me veel deugd dat na al die tijd te kunnen en durven schrijven. Ik ben trots op mezelf, wat een ongelofelijk fijn gevoel. Ik wil meer van dat! Het is tijd voor mijn studie, tijd om te bewijzen wat ik waard ben, tijd om nog trotser op mezelf te kunnen worden.
Afgelopen dinsdag zat ik na een examen met een paar vriendinnen op de trap voor onze universiteit. "Hebben jullie het al gehoord?", giechelde er eentje, "C. heeft niet meegedaan aan het examen, omdat hij wist dat hij toch geen grote onderscheiding zou kunnen halen. Hij doet meteen mee met het herexamen, dan kan hij meer leren..." Ze begonnen allemaal te lachen en grapjes te maken. Ik zweeg, ietwat boos in gedachten verzonken. Moeten we niet allemaal zoals C. het beste van onszelf willen geven?
Het hield me al bezig sinds ik hier een week geleden begon te schrijven. Als ik schrijf, rollen de woorden er niet zo maar mooi uit. Ik denk na tot ik dat ene woord gevonden heb, dat ene woord dat alles omvat. Ik wik en weeg, herlees, schrap, herschrijf, herlees. Het uiteindelijke verhaal is nooit hetzelfde als wat ik in gedachten had toen ik er aan begon, maar toch klopt het elke keer opnieuw. Ik bekeek mezelf nooit als een perfectionistisch persoon, maar ik ontdekte de afgelopen week dat als het op schrijven aankomt, ik toch wel enkele trekjes vertoon die dicht in die buurt komen. Als ik dat nu ook eens voor mijn studie zou voelen, dan kan het toch niet anders dan dat ik beter zal presteren? Ik houd van schrijven, vandaar dat gevoel, vandaar die lichte drang naar perfectie. Ik houd echter ook van mijn studie, dus moet dat gevoel toch ook ergens in mij verstopt zitten?
Vandaag begint mijn zoektocht. Ik wil lezen, herlezen, leren en herhalen. Zo lang tot ik op het einde van de dag trots mijn bed in kan duiken, tot ik mooie resultaten zal halen. Ik ga het vinden, dat weet ik zeker, en ik ga het vasthouden opdat de volgende jaren beter zullen zijn. Ik ga studeren zoals ik schrijf. Duim!
woensdag 10 juni 2009
Nooit meer afscheid nemen.
We hebben vaak afscheid van elkaar genomen. Elke keer opnieuw voor enkele weken, veel langer dan ons lief was. Telkens brak mijn hart een beetje. Na ons eerste afscheid dacht ik dat het na een tijdje makkelijker zou worden. Ik was mis. Ik wist niet wat afscheid en afstand met me zouden doen. Eens ik het ontdekte, wenste ik dat de situatie snel zou veranderen, helaas tegen beter weten in. Dus zocht ik naar een weg om er mee om te gaan. Maar hoe laat je elke keer opnieuw iemand gaan die je het liefste nooit meer loslaat?
De tijd ging voorbij. Mooie dagen van samen zijn, allemaal eindigend in afscheid. Soms verstopte ik een briefje in zijn boek. Soms tekende ik op het raampje van zijn trein nog snel een hartje in het vuil. Soms rende ik mee met de vertrekkende trein, al wuivend en lachend, vanbinnen altijd huilend.
Ergens vond ik een weg. Het besef dat het nooit zou wennen zo lang ik hem lief had, gaf me moed en hoop. Ik besefte dat ik desnoods nog jaren vanbinnen wilde huilen, afscheid na afscheid, zo lang we elkaar maar lief hadden. Liever niet dan wel, maar samen sloegen we ons ook wel door dit heen.
Het moet al een jaar geleden zijn, misschien wel langer, dat ik een briefje in zijn boek verstopte waarop ik een enkel zinnetje had geschreven. Liefdevol, dromend over later. Niet wetende echter wat er komen ging. Veel te snel, vooral veel te onverwacht, kwam de dag waarop ik mezelf tegen hem hoorde zeggen: "Liefhebben is ook laten gaan. Tenminste, dat zeggen ze. Ik wil het liefste dat jij gelukkig bent. Als dat niet meer met mij is, maar met haar, dan kan ik niet anders dan je loslaten. Mijn liefste, dan kan ik toch niet anders dan geloven dat liefhebben ook laten gaan is?"
We namen afscheid. Ik kuste hem een laatste keer en vertelde hem dat dat ene zinnetje eeuwig waar zou zijn. Ook al had het een andere betekenis gekregen, en ook al deed dat verdomme veel pijn. Eindelijk namen we voor de laatste keer afscheid. Eindelijk konden we elkaar eeuwig liefhebben. Eindelijk: "Ik wil je liefhebben tot we geen afscheid meer moeten nemen, en nog veel langer dan dat."
dinsdag 9 juni 2009
Storm.
Meerdere keren stond ik de afgelopen dagen op het punt Grijze Dagen in de diepste put der vergetelheid te mikken. Weg met dit nieuwe boek. Opsluiten die angst, opsluiten die gevoelens. Alleen nog maar nadenken in mijn hoofd, alleen nog maar voelen in mijn hart. Of misschien zelfs dat niet. Terug naar die vertrouwde stilte.
Schrijven gooit mij compleet omver. Ik voelde het de afgelopen dagen. Ik voel het nog steeds, het is chaos. Ik wil schrijven, maar tegelijkertijd betekent schrijven van mijn gedachten realiteit maken, en die wil ik vaak niet onder ogen zien. Ik wil mooie verhalen vertellen, maar tegelijkertijd zit aan veel van die verhalen ondertussen een rauw kantje. Ik wil herinneringen ophalen, maar tegelijkertijd is het pijnlijk te beseffen dat het om herinneringen gaat, om wat ooit was maar niet meer is. Ik wil prachtig schrijven, maar tegelijkertijd duurt het lang eer ik de juiste woorden vind, als ik ze al vind. Ik wil schrijven over de personen om mij heen die ik liefheb, maar tegelijkertijd is de eenzaamheid groter dan ooit. Ik wil vooral schrijven in gelukkige tijden, al dat donkere voelt vaak misplaatst, maar veel om over te schrijven blijft er dan niet over.
Ik wil veel, maar heimelijk wil ik dat ook allemaal niet. Ambiguïteit verbaast mij niet. Alles in mij is grijs, zwart noch wit. Het is niet omdat ik dat sinds een tijdje onder ogen zie, dat ik daar goed mee om kan gaan. Ik probeer een weg te vinden, ik weet dat schrijven mij daarbij helpt. Daarom moet ik hiermee doorgaan, daarom moet ik hier blijven komen, daarom is die put der vergetelheid nog veel te vroeg. Ook omdat elk berichtje dat hier door iemand achtergelaten is, mij een grote glimlach bezorgde. Ook al ging deze glimlach gepaard met een beetje angst, alsof ik nu mezelf moet bewijzen. Elke keer opnieuw toch even willen vluchten.
Verhalen zal ik echter vertellen, herinneringen zal ik echter ophalen, zij die ik liefheb zullen jullie echter leren kennen. Dit alles wetende dat ik echt kan vluchten zodra het nodig is. Altijd zal ik ook een beetje vluchten, maar niet ver. Het is tijd voor storm na de stilte.
zaterdag 6 juni 2009
Winterse zomer.
Het regende en de wind was koud, enkele uurtjes bijpraten in een park vol zomer zat er vandaag helaas niet in. We besloten naar het hipste koffiehuisje van de stad te gaan. Niet omdat we van hip houden, de strakke inrichting mist sfeer. Ook niet omdat de baas ons complimentjes zal geven waardoor we zullen blozen, stiekem, omdat we wel weten dat hij de hele dag met complimentjes strooit. Neen, omdat daar nu eenmaal de lekkerste koffie ooit geserveerd wordt.
We besloten op het overdekte terras, inclusief mooie houten tafels en banken, wollen dekentjes en verwarming, te vertoeven. Het is bijna zomer, maar vanmiddag leek het alsof de winter nog even al haar charmes tevoorschijn had getoverd. We lachten dat we vanaf nu alleen nog maar koffie mochten komen drinken tijdens de wintermaanden. "Ook als het weer zoals vandaag een beetje in de war is", voegde zij er snel aan toe, "anders moeten we te veel cappuccino's missen." Ik beaamde, al dacht ik vooral aan de complimentjes van de baas. Dat zij daar ook aan dacht, net zo stiekem als ik, dat weet ik wel zeker.
vrijdag 5 juni 2009
Nummer negen.
Schriften vol, een stuk of zeven. Schrijfsels, boosheid, verhaaltjes, tekeningen, foto's, prenten, herinneringen en verdriet. Dagboeken, maar dan net iets anders. 'Mijn Boeken', zoals ik ze stiekem noem, zijn een deel van mij. Ik schreef omdat ik niet praten kon. Nog veel meer schreef ik uit angst te vergeten. Vandaag moet ik alleen maar bladeren en weet ik het allemaal weer.
Enkele jaren zijn verstreken sinds een laatste stukje in nummer zeven. Ik had hem gevonden, al snel werd hij 'Mijn Boek'. Hij hield van mij, hij luisterde naar mij, ik leerde praten. Eindelijk een boek met verhalen vol liefde.
Ondertussen heb ik alleen nog maar brieven en herinneringen, mijn mooiste boek ben ik verloren. Al een hele tijd, maar ik herinner me die dag nog alsof het gisteren was. Sindsdien praat ik niet meer. Schrijven deed ik ook niet, ik wist niet waar te beginnen.
Ik heb de dagen genomen die ik nodig had. Het zijn er meer geweest dan ik hoopte en ik heb er vast nog wel een paar nodig. Maar schrijven? Dat doe ik weer.
Ja, bij deze Boek nummer negen.
donderdag 4 juni 2009
Dan eindelijk toch?
De afgelopen jaren heb ik meerdere keren op het punt gestaan een blog te beginnen. Tijdens het bedenken van een naam of na het plaatsen van mijn eerste bericht, als ik al zo ver kwam, haakte ik echter elke keer opnieuw al af. Niet alleen omdat ik een held ben in beginnen, maar een ramp in doorzetten, in afmaken. Neen, ook omdat ik twijfelde. Is het iets voor mij? Zou ik zo mijn liefde voor het schrijven hervinden? Wat wil ik vertellen? Maar vooral: er zijn al zo veel blogs vol verhalen... Wat kan ik daar aan toevoegen? Ik wil niet eentje uit de velen zijn, ik wil voor velen die ene zijn. Kan ik dat?
Vandaag besloot ik dat het tijd werd om te springen. Tijd voor een nieuwe heldin. Eentje met zelfvertrouwen, eentje die volhoudt. Vooral eentje die doet wat ze graag doet en zich van de rest niets aantrekt. Graag wil ik voor velen die ene zijn, maar met enkele zielen zal ik me ook al gelukkig prijzen. Ambitieus, doch realistisch.
Op een nieuwe heldin, op een nieuw begin.
En wat het grijze betekent, die uitleg komt later misschien. Dat het duidelijk zal worden doorheen mijn verhalen, dat is in ieder geval zeker.
Abonneren op:
Posts (Atom)