Posts tonen met het label Fransman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fransman. Alle posts tonen

dinsdag 14 december 2010

The sound of silence.

De vrieskou van december staat al voor de deur, maar onze verjaardagskalender houdt dit jaar meer van de zomer. Ik denk aan mijn zus, de enige die de kalender in de gaten houdt maar in augustus vertrokken is naar the Big Apple. Mijn vader besluit de kalender eindelijk eens juist te hangen en terwijl hij de maanden omslaat, kijkt hij na wiens verjaardag we vergeten zijn. "Morgen is de Fransman jarig," zegt hij, "je hebt er nog een hartje naast getekend!" Ik verschiet een beetje, het voelt vreemd de dag te vergeten die je vroeger dacht jaar na jaar te zullen vieren en zeker nooit te vergeten.

De volgende dag feliciteer ik hem met enkele woorden. Een verborgen groet à la ikziejewaarschijnlijknooitmeermaarwelnogaltijdgraagenhetgajegoed. Zijn antwoord bevestigt mijn woorden en gevoel. Weten dat we veel voor elkaar betekenen, weten dat we beiden gelukkig zijn, maar vooral weten dat we elkaar (hebben) laten gaan, geeft rust.

dinsdag 24 november 2009

Hartenzeer.

Je verdient mooie woorden noch liefdevolle herinneringen.
Binnenkort hebben we elkaar al een jaar niet gezien.
Ik mis je verschrikkelijk.

dinsdag 20 oktober 2009

Vechten.

Sinds Samen Alleen zijn de tijden veranderd. Mijn verhaal werd beter ontvangen dan ik had durven dromen. De opluchting was zo groot, zo fijn. Samen zochten we naar een oplossing en vandaag, enkele weken later, voel ik dat we de juiste hebben gevonden. Ook schreef hij plots na lange stilte weer. Ik las zijn verhaal, en merkte dat zijn woorden me niet langer van mijn voetstuk gooien.

Na een verwarrend jaar voelt het alsof alles eindelijk op zijn pootjes terecht komt. Samen is alles zo veel mooier, makkelijker en beter dan alleen. Ik voel me vrijer, gelukkiger en ben dankbaar om zo veel lieve en prachtige mensen om mij heen. Het waren niet de mooiste dagen van mijn leven, maar toch zal ik ze eeuwig met me meedragen en zullen ze me eraan herinneren waarom ik vecht voor beter.

zondag 11 oktober 2009

Strik.

Ik open mijn raam en ga zitten in het kozijn. Benen bungelen, thee dampt. Ik zoek de torens in de mist en gelukkig ontwar ik lichtjes hun silhouet. Ik luister naar de vallende regen en kijk hoe cirkels en belletjes in plassen snel opduiken, nog sneller verdwijnen. Net zoals hij. Mijn oog valt op een fles parfum, verscholen achter bloemen en kaarsen op mijn vensterbank. Ik strek mijn hand uit, twijfel even, maar pak het flesje dan toch. 'Niet ruiken, niet ruiken.', weergalmt het in mijn hoofd. Ik ruik toch. Zijn geur vervult en pijnigt me.

Het is tijd. Ik diep de doos die hij ooit voor me beschilderde op uit mijn kast en leg er de fles in. Ik neem de boeken die hij me gaf, de brieven die hij me schreef, de foto's, het muziekdoosje waar hij zo vaak aan draaide, vrolijk en vals meezingend, de metrokaartjes, de laatste roos. Ik sluit de doos, strik er een lint rond en zet hem ver weg boven op mijn kast.

De strik zal de doos sieren tot de dag dat we elkaar terug zien. Samen zullen we eindelijk proeven van de fles wijn die ik lang geleden voor ons meebracht uit Saint-Amour. Samen zullen we onze opgeborgen verhalen en liefde herinneren. Samen zullen we besluiten dat ondanks het einde, het verhaal mooier was dan ooit gehoopt.

zondag 23 augustus 2009

Loslaten.

Uit het oog, uit het hart, is wat ik denk te voelen.
Uit het oog, uit het hoofd, is wat ik wens te voelen.

Al weet ik niets echt zeker, ik voel al lang niet meer.

maandag 10 augustus 2009

Een diner als geen ander.

Ik wil zijn dromen niet verstoren en vooral stiekem naar hem kijken tot hij wakker wordt, maar zoals elke ochtend kan ik mezelf niet inhouden, en zeker vandaag niet. Ik fluister dat ik hem liefheb en geef hem achttien zachte kusjes. Hij wordt wakker, glimlacht, en slaat zijn armen om me heen. Terwijl hij me knuffelt, fluister ik: "Liefste, neem je me vanavond mee uit eten, ter ere van onze verjaardag?" Hij kijkt me ietwat bedenkelijk aan. "Pas op of ik kietel!" dreig ik. "Dat heb je nog nooit gedaan! Toe?" Snel beantwoordt hij mijn vraag met een kus of tienduizend.

"Doe je dat ene zwarte jurkje aan?" vraagt hij 's avonds. "Daarin zie ik je zo graag. Ik moet nog even iets regelen, wees klaar als ik terugben!" De deur valt dicht, en ik voel kriebels in mijn buik.

We wandelen door zijn stad, hij leidt me door de straatjes en langs het water. Waarheen wil hij niet zeggen, noch verklapt hij wat er in zijn rugzak zit. We kruipen over het hek van een park en dalen de trappen naar de kade van de Seine af. Plots tovert hij wijn, nootjes, kaarsen, stokbrood, kaas, kersen en zelfs een kleedje tevoorschijn. Ik vlieg hem om de hals. "Je overtreft jezelf!" plaag ik. "Dit had ik echt niet verwacht." Hij kijkt me aan en terwijl hij zegt dat het beste nog moet komen, diept hij uit zijn rugzak een grote pot van het lekkerste ijs ooit op. "Je moet hiermee beginnen." lacht hij. "Het smelt al!"

Ik lig in zijn armen, van het feestmaal blijft niet veel meer over. Ik murmel dat dit het beste diner ooit was, en ik wel elke avond zou willen beginnen met het dessert. "Blijf dan maar eeuwig bij mij." fluistert hij. "Je t'aime, mon amour."

We kussen tot het laatste kaarsje uitgedoofd is, en nog veel langer.

Wat geschreven is.
Mijn Boeken, 25 juni 2008.

dinsdag 4 augustus 2009

Le reste est silence, is alles wat hij zei.

Ik begrijp hem niet. Ik begrijp niet dat hij al zo lang niets van zich laat horen, en ook niet wil weten hoe het met mij gaat. Hoe weer je iemand zo uit hoofd en hart? "Negen maanden zijn niet genoeg," schreef hij. Ondertussen zijn het er al twaalf, een jaar sinds gisteren. Ik had toen het recht me te gedragen zoals hij zich het afgelopen jaar gedragen heeft, maar dat kwam niet eens in mij op. Ik dacht toen dat hij noch ik zo waren, laat staan zo zouden worden.

Ik heb vernomen dat hij mij niet eens meer durft te zien. Nog iets wat ik niet begrijp, alsof ik hem na al die tijd alles nog zou verwijten? Hij weet als geen ander hoe ik met verlies, boosheid, teleurstelling en vooral gekwetstheid omga. Hij vond mij altijd veel te vergevingsgezind, ik vertelde hem dat vergeven mij gelukkiger maakt. Hij zou beter moeten weten.

Ik begin langzaamaan te vrezen dat de rest misschien wel eeuwig stil zal zijn. Als ik hem echter op een dag weer ontmoet, zal ik vertellen dat ik lang geprobeerd heb hem en zijn gedrag te begrijpen, maar ik nu weet dat ik dat nooit zal doen. Vooral dat ik daar gelukkig om ben, omdat ik gevoeld heb wat het met iemand doet om zo weggeveegd te worden en dat niemand toewens. Ik zal hem uiteindelijk vertellen dat ik nog maar een ding van hem wil. Ik wil de belofte dat hij dit nooit of te nimmer meer iemand aandoet die hem liefheeft zoals ik hem liefhad.

woensdag 15 juli 2009

L'amour pour toujours.

Hij schreef een einde aan ons verhaal. Alle liefde die ik toen nog voor hem voelde, kon ik hem niet meer geven, en mocht ik eigenlijk ook niet meer voelen. Hij was er echter nog elke dag, toen pas merkte ik hoe diep hij in mij zat, in alles wat ik voelde, dacht en deed. Hij was er zelfs harder dan ooit tevoren, en ik besefte dat niet morgen de dag was dat ik het einde van ons verhaal zou schrijven.

Een lange tijd was ik verschrikkelijk bitter. Ik had altijd al in onze eeuwigheid geloofd, en dat kwam daarbij vooral door zijn vertrouwen daarin. Ik voelde me belazerd door hem, door mezelf, door de liefde. Ik wilde me echter allesbehalve bitter voelen. Niet alleen maakte dat bittere alle herinneringen donker en nog pijnlijker, het deed me twijfelen aan het bestaan van mooie, pure, eeuwige liefde. Mijn getwijfel en zelfs ongeloof maakten me triestig, voor mij kon een relatie zonder dat eeuwigheidsgevoel niets voorstellen. Wat als het niet bestond?

Ergens tussen toen en nu ben ik het bittere verloren. Voorzichtig geloof ik weer in de liefde. Ik geloof in de liefde zoals ze bezongen wordt door velen, en zoals ze in romans beschreven wordt door anderen. Ik geloof in de liefde zoals ik haar ooit voor hem gevoeld heb.

woensdag 8 juli 2009

Eindelijk?

De dag dat ik me realiseerde dat ik niet meer wist hoe zijn stem klonk en hoe hij naar me lachte, huilde ik. Vannacht kon ik me zijn gezicht niet meer herinneren. Ik voelde echter niets, staarde voor me uit. Ik schrok van mezelf, maar hoe hard ik ook probeerde, er was niets anders dan leegte. Hij is niets anders dan leegte.

Is dit over hem heen zijn? Is dit eindelijk weer gelukkig zijn?
Het is koud.

dinsdag 7 juli 2009

Another lonely day.

Ik voelde me zorgeloos, maar toen deze woorden de hele weide het zwijgen oplegden, brak mijn hart.


Yesterday seems like a life ago,
'cause the one I love, today I hardly know.
You I held so close in my heart, oh dear
grow further from me with every falling tear.

It wouldn't have worked out any way,
so for now it's just another lonely day.
Further along we just may,
but for now it's just another lonely day.


vrijdag 19 juni 2009

Onveranderlijk.


Twaalf jaar hebben we samen doorgebracht. De lagere schooljaren vechtend en spelend, jongens tegen meisjes. De eerste middelbare schooljaren roddelend wat de meisjes betreft, pestend wat de jongens aangaat, nog steeds jongens tegen meisjes. De laatste jaren leerden we echter naar elkaar luisteren, elkaar aanvaarden. We werden hechter en hechter. Ondertussen waren we mannen en vrouwen geworden, zo voelden we ons tenminste, en eindelijk hadden we samen plezier. Onze leraren spraken over ons als de vreselijkste klas ooit om les aan te geven, tegelijkertijd de leukste groep sinds jaren.
Toen het einde van ons laatste jaar naderde, werd, zoals al jaren de traditie is, een mooi boek gedrukt waarin iedereen die afstudeerde een ereplaatsje kreeg. In het kadertje naast ieders foto werd in een paar zinnen door vrienden samengevat wie jij bent. Tenminste, dat is wat ik dacht, tot de dag dat ik las wat er over mij in het boek geschreven was. Er werd geen woord gerept over mij, over mijn karakter, het ging alleen maar over mijn uiterlijk. In de laatste zin werd wel nog even snel toegevoegd dat ik slim was, anders viel het natuurlijk iéts te hard op.
Ik was verdrietig, alleen maar dàt, na al die jaren? Toch stond er eigenlijk precies wat ik verwacht had. Ik had me enkele dagen voor we het boek zouden krijgen al afgevraagd wat ze in godsnaam over mij zouden schrijven. Ik kon veel bedenken, maar tegelijkertijd wist ik dat niets daarvan in het boek zou staan. Simpelweg omdat ze daar niets van afwisten. Simpelweg omdat ik hun niet de kans had gegeven mij echt te leren kennen. Ik besefte dat hun woorden niet vertelden wie ik ben, maar wie ik al die jaren bij hun was. Het besef dat ze me zo zouden herinneren, maakte me woedend. Ik was woedend op mezelf, woedend dat ik al die jaren gefaald had in zijn wie ik ben. Ik was echter ook woedend op hem, hij die mede verantwoordelijk was voor de persoonlijke verhaaltjes. Hij kende me beter dan iedereen, beter dan ik mezelf kende. Ik begreep het niet, het kwetste me.
Later die dag sprak hij me er op aan. Hij had gezien dat ik teleurgesteld was, iedereen had het gezien. Hij vertelde me dat hij mijn stukje niet geschreven had, dat een vriendin van me dat had gedaan, en dat het inderdaad niet over mij ging. Ik vertelde hem dat het me kwetste, omdat het bevestigde hoe ik me al die jaren gevoeld heb, omdat het bevestigde dat ik er niet in geslaagd was mezelf te openen, hoe hard ik ook geprobeerd had. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ik zijn antwoord als een compliment of als een belediging moet opvatten. Het verwarmde mijn hart, hij kende me inderdaad beter dan wie dan ook, maar tegelijkertijd was het précies dat wat hij vertelde wat me zo ongelukkig maakte.
Hij vertelde me hoe frustrerend het voor hem is dat ik niet doorheb hoe mooi en anders ik ben, ook hoe frustrerend het is dat anderen dat niet doorhebben. Tegelijkertijd vond hij het echter mooi dat ik het niet doorheb, omdat ik het daarom niet uitbuit. Hij vertelde me dat ik bijvoorbeeld veel lees, weet en doe, maar ik daar nooit ook maar een woord over rep. Hij daarentegen praat de hele dag over de boeken die hij leest, over dat wat hij doet, hij wil al dan niet bewust laten zien hoeveel kennis hij heeft. Hij vertelde me dat ik juist altijd mezelf ben, maar dat niet besef. Hij vertelde me dat ik ongelofelijk veel geef aan anderen. Zonder dat zij dat beseffen. Zonder dat ik dat zelf besef. Zonder dat ik besef dat ik eigenlijk veel meer geef dan ik krijg, en dat ik helemaal niet erg lijk te vinden. Hoe mooi dat wel niet is. Hij vertelde me dat hij niemand anders kent die is zoals ik ben. Zo anders, zo mysterieus. Alsof je als het ware echt naar mij op zoek moet gaan om te ontdekken wie ik ben, om te weten wat ik allemaal onbewust verborgen houd. Hij vertelde me dat hij daarom zo veel van mij houdt.
Ik herinner me dat ik het heel fijn vond te luisteren naar wat hij vertelde. Ik herinner me dat ik nog nooit op die manier over mezelf had nagedacht. Hij hielp me beseffen wie ik ben, nog meer hielp hij me aanvaarden wie ik ben. Ik herinner me dat ik van hem hield. Ik herinner me echter ook dat ik het tegelijkertijd heel moeilijk vond te luisteren naar wat hij vertelde. Geef ik inderdaad meer dan ik krijg, meer dan ik terug verwacht? Is dat wel zo mooi? Laat ik me dan niet door anderen doen? Ik wil open zijn, maar wat als ik inderdaad echt zo gesloten en mysterieus ben? Wie wil er in hemelsnaam op zoek gaan naar mij?
Het is inmiddels twee jaar later. Ik weet niet of er iets anders dan toen zal uitkomen als er nu over mij geschreven zou worden, door oude of nieuwe vrienden. Ik denk van niet. Ik ben nog steeds gesloten, zelfs geslotener. Ik ben nog steeds meer luisterend dan pratend, meer gevend dan krijgend.
Ik vind het moeilijk van mezelf te houden. Ik vind het moeilijk te beseffen dat ik mezelf moet aanvaarden voordat ik mezelf kan veranderen. Ik weet niet eens of ik mezelf nog wel wil veranderen. Ik vind het moeilijk mezelf te moeten vertellen dat ik mooi ben. Hij vertelde me dat vroeger en ik geloofde hem, al dan niet terecht, maar dat doet er niet toe. Ik mis hem. Zij vertelde me dat ook, jarenlang. Zij is de enige die net zoals hij op zoek naar mij is gegaan. Zij vertelt me nu nog steeds dat ik mooi ben. Zij beseft zelf niet eens hoe mooi ze is. Ik mis haar.
Niet wetende wie ik ben, mis ik mezelf.

woensdag 10 juni 2009

Nooit meer afscheid nemen.

We hebben vaak afscheid van elkaar genomen. Elke keer opnieuw voor enkele weken, veel langer dan ons lief was. Telkens brak mijn hart een beetje. Na ons eerste afscheid dacht ik dat het na een tijdje makkelijker zou worden. Ik was mis. Ik wist niet wat afscheid en afstand met me zouden doen. Eens ik het ontdekte, wenste ik dat de situatie snel zou veranderen, helaas tegen beter weten in. Dus zocht ik naar een weg om er mee om te gaan. Maar hoe laat je elke keer opnieuw iemand gaan die je het liefste nooit meer loslaat?

De tijd ging voorbij. Mooie dagen van samen zijn, allemaal eindigend in afscheid. Soms verstopte ik een briefje in zijn boek. Soms tekende ik op het raampje van zijn trein nog snel een hartje in het vuil. Soms rende ik mee met de vertrekkende trein, al wuivend en lachend, vanbinnen altijd huilend.

Ergens vond ik een weg. Het besef dat het nooit zou wennen zo lang ik hem lief had, gaf me moed en hoop. Ik besefte dat ik desnoods nog jaren vanbinnen wilde huilen, afscheid na afscheid, zo lang we elkaar maar lief hadden. Liever niet dan wel, maar samen sloegen we ons ook wel door dit heen.

Het moet al een jaar geleden zijn, misschien wel langer, dat ik een briefje in zijn boek verstopte waarop ik een enkel zinnetje had geschreven. Liefdevol, dromend over later. Niet wetende echter wat er komen ging. Veel te snel, vooral veel te onverwacht, kwam de dag waarop ik mezelf tegen hem hoorde zeggen: "Liefhebben is ook laten gaan. Tenminste, dat zeggen ze. Ik wil het liefste dat jij gelukkig bent. Als dat niet meer met mij is, maar met haar, dan kan ik niet anders dan je loslaten. Mijn liefste, dan kan ik toch niet anders dan geloven dat liefhebben ook laten gaan is?"

We namen afscheid. Ik kuste hem een laatste keer en vertelde hem dat dat ene zinnetje eeuwig waar zou zijn. Ook al had het een andere betekenis gekregen, en ook al deed dat verdomme veel pijn. Eindelijk namen we voor de laatste keer afscheid. Eindelijk konden we elkaar eeuwig liefhebben. Eindelijk: "Ik wil je liefhebben tot we geen afscheid meer moeten nemen, en nog veel langer dan dat."