Posts tonen met het label Liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Liefde. Alle posts tonen

maandag 18 april 2011

Negen.

Reizen met de trein doet ge niet graag, maar de keuze tussen mij nog een derde week missen of elf uur reistijd was toch snel gemaakt. Ongeduldig zag ik vrijdagmiddag tijdens mijn busreis elke minuut op mijn horloge verstrijken en mijn hart maakte sprongetjes toen ik eindelijk het station naderde. Toen we kusten en uw hand de mijne vond, voelde ik pas echt hoezeer ik u gemist had.

Honderden kusjes gaven we aan elkaar tussen het vertellen, lachen, slapen, babbelen, fluisteren, eten, kibbelen en lezen door. Ge maakte mij 's nachts zelfs een paar keer slaapdronken wakker om in mijn oor te fluisteren hoe lief ge mij wel niet hebt.

"Ik ben verliefd op U! Niet op uw schilderijen, op wat ge doet of op waar ge woont!" riep ik verontwaardigd uit toen ge aan mij vroeg of ik wel nog de uwe zou zijn als ge gaat verhuizen. Pardoes kuste uw mond vol overgave de mijne, en glinsterende ogen keken mij aan.

Mijn hart deed even zeer toen ik u zondagmiddag alweer uitzwaaide.

De kalender vertelt mij vandaag dat we onze officieuze feestdag weer traditiegetrouw vergeten zijn - ik stuur u luchtkusjes voor gisteren. Ik besef dat ik los van u gelukkig ben. Ontsnapping noch hoop, redding noch medicijn is wat gij zijt. Mijn lief en mijn extra geluk, dàt is wat gij zijt. Los van u ben ik misschien wel gelukkig, maar met u voel ik mij als een koningin, zo rijk.

woensdag 6 april 2011

Morgen.

De verfstipjes op uw handen verraden u toch telkens weer en een doek verbergen is al helemaal geen sinecure. Uw schilderijen kende ik daarbij al voordat we elkaar die winteravond ontmoetten, beiden toen nog 'liefje van ...'. Een zomer, vele onverwachte wendingen later: 'liefje van u'.

Woorden en verhalen zijn makkelijker te verbergen. Uitspreken noch opschrijven of opschrijven maar het daglicht schuwen. Vergeten schrijven, uiteindelijk. De reeds geschreven verhalen liet ik u ook niet lezen. Woorden over gisteren en over anderen, waarom? Ik wilde u niet kwetsen. Ikzelf aanschouwde de vrouwen op uw doeken echter wel, maar het deerde me niet. Gij schilderde mij.

De winter voorbij. Ge ontdekt mijn woorden en begrijpt mij niet. Kwaad en teleurgesteld, ge zegt mij niet te kennen. "Ge kent me wel, beter dan wie dan ook," antwoord ik, "ge weet toch dat ik graag schrijf? Al schrijf ik daar niet echt meer, ik ging het u wel eens vertellen. Nu ge het toch weet, lees daar en leer mij nog beter kennen." Ge wilt al niet meer lezen.

Vandaag voelt als zomer. Soms nog enkele woorden, maar zonder schrijven zit ik niet meer in ademnood. Voordien wel. Schrik te vergeten wat wij samen beleven, welk gevoel gij mij geeft of hoe graag ik u zie, heb ik niet. Voordien  wel. Als mijn geheugen mij op een dag verraadt, weet ik dat gij mij elk verhaal opnieuw zult vertellen. Telkens weer.

Gij zijt niet enkel vandaag, maar ook morgen.

dinsdag 14 december 2010

The sound of silence.

De vrieskou van december staat al voor de deur, maar onze verjaardagskalender houdt dit jaar meer van de zomer. Ik denk aan mijn zus, de enige die de kalender in de gaten houdt maar in augustus vertrokken is naar the Big Apple. Mijn vader besluit de kalender eindelijk eens juist te hangen en terwijl hij de maanden omslaat, kijkt hij na wiens verjaardag we vergeten zijn. "Morgen is de Fransman jarig," zegt hij, "je hebt er nog een hartje naast getekend!" Ik verschiet een beetje, het voelt vreemd de dag te vergeten die je vroeger dacht jaar na jaar te zullen vieren en zeker nooit te vergeten.

De volgende dag feliciteer ik hem met enkele woorden. Een verborgen groet à la ikziejewaarschijnlijknooitmeermaarwelnogaltijdgraagenhetgajegoed. Zijn antwoord bevestigt mijn woorden en gevoel. Weten dat we veel voor elkaar betekenen, weten dat we beiden gelukkig zijn, maar vooral weten dat we elkaar (hebben) laten gaan, geeft rust.

zaterdag 24 juli 2010

Stilte.

Ook aan de mooiste liedjes komt soms een einde. Ik reageer niet zoals ik hoor of dacht te zullen reageren. Het verwart me, hij verwart me en hij ook. Alles om mij heen raast al weken door, ik kan niet meer.

zondag 6 juni 2010

Stapelzot.

Over enkele dagen is het een half jaar geleden sinds je tegen me opbotste en we pardoes op elkaar verliefd werden. Ik wist al na enkele woorden dat jij bij mij hoorde en ik bij jou - jij had net hetzelfde. Het overdonderde ons, het was alsof we elkaar al jaren kenden, terwijl eigenlijk alles aan elkaar nog te ontdekken viel.

Ondertussen weet ik dat je het haat als ik koffie gedronken heb omdat ik dan naar leraren stink, maar je het dan toch niet kan laten me te kussen. Je kan ook bij geen enkele film je ogen openhouden en 's nachts snurk je soms helaas de pannen van het dak. Je houdt van mijn rood gelakte nagels maar hebt een afschuwelijke hekel aan mijn paarse. Je slurpt altijd als je thee drinkt, dat smaakt volgens jou lekkerder, en je ontbijt elke ochtend met verse ananas. Je bent verschrikkelijk eigenwijs, al beweer je zelf van niet, maar gelukkig ook even lief. Soms tover je 's avonds laat Brusselse wafels tevoorschijn waardoor we slapen in een bed vol poedersuiker. Je houdt evenveel van Rilke als van de onnozelste filmpjes op Youtube en je bent zowel een sloddervos als mijnheer Pietjeprecies. Je bent ook zo gek om 's nachts 370 kilometer te rijden om me 's ochtends wakker te bellen en als verrassing voor mijn deur te staan - je miste me. Je kan verschrikkelijk kwaad worden en al ben je nog niet goed in ruzie maken, het achteraf bijleggen kan je als geen ander. In bad wil je altijd in het Frans praten tot het water koud is en het schuim verdwenen, omdat je het beter onder de knie wil krijgen. Als je rock-'n-roll danst op een trouwfeest ben ik zo fier als een gieter, al ik houd nog veel meer van de dansjes in de keuken waarmee je me de slappe lach bezorgt.

Graag gooi ik er nog een half -of honderd- jaar en een dozijn ontdekkingen bij, want ik ben stapelzot van u.

zaterdag 8 mei 2010

Handschrift.

Herinner je je nog het allereerste wat je naar me schreef? Je kwam voor het eerst bij mij thuis, we kenden elkaar nog maar net. Nadat je 's ochtends onnozel gedichtjes had voorgedragen, vroeg ik plots naar je handschrift. Ik vond het raar dat ik niet wist hoe het eruit zag en besefte hoeveel er nog te ontdekken viel, hoe pril alles eigenlijk nog was. Net voor je vertrok, zette je enkele woorden op papier. Je handschrift was net zoals ik het me voorgesteld had en op je woorden had ik stiekem gehoopt. Ik wilde je hetzelfde vertellen, maar durfde niet en in plaats van woorden gaf ik je kusjes. Ik miste je verschrikkelijk toen je vertrok en las je briefje die avond nog wel honderd keer. Ik bloosde van geluk.

donderdag 8 april 2010

Postduif.

Ik kan me de laatste deftige die ik schreef niet meer herinneren, het moet al jaren geleden geweest zijn. Op de enveloppe en het papier staan twee witte paarden in galop. Ik trek lijntjes met potlood en leen een vulpen. Ik schrijf, maar mijn handschrift is lelijk en ik begin opnieuw. Mijn handschrift blijft lelijk, maar ditmaal schrijf ik verder. Ik gom de lijntjes uit. Twee velletjes, beide kantjes. Ik mis je, daar komen alle woorden uiteindelijk op neer. Vandaag schreef ik een brief naar jou, de eerste van velen.

vrijdag 26 maart 2010

Muggen.

Toen je vroeg of ik liever terug naar huis wilde, deed mijn lichaam zo veel zeer. Na dagen waarin we van veel te veel muggen olifanten hadden gemaakt, kon ik niet meer. De gedachte dat het misschien afgelopen was, verscheurde me echter zo. Ik werd verschrikkelijk kwaad. Het was niet juist, we zagen elkaar zo graag.

Mijn hoofd werd leeg, ik haalde adem en zei: "Jij gooit mij ook omver en ik heb ook schrik. Je bent niet alleen. Je mag het niet zomaar opgeven, daarbij ga ik nergens heen. We moeten samen onze weg zoeken en ik beloof je dat er na elke bocht weer een mooi recht stuk komt. Wij zijn geen doodlopende straat. Echt niet."

Je nam me eindelijk weer in je armen en we hadden elkaar nog liever.


P.S. Sindsdien versperren alleen de vrolijke vroege lentemuggen soms de weg.

dinsdag 24 november 2009

Hartenzeer.

Je verdient mooie woorden noch liefdevolle herinneringen.
Binnenkort hebben we elkaar al een jaar niet gezien.
Ik mis je verschrikkelijk.

dinsdag 20 oktober 2009

Vechten.

Sinds Samen Alleen zijn de tijden veranderd. Mijn verhaal werd beter ontvangen dan ik had durven dromen. De opluchting was zo groot, zo fijn. Samen zochten we naar een oplossing en vandaag, enkele weken later, voel ik dat we de juiste hebben gevonden. Ook schreef hij plots na lange stilte weer. Ik las zijn verhaal, en merkte dat zijn woorden me niet langer van mijn voetstuk gooien.

Na een verwarrend jaar voelt het alsof alles eindelijk op zijn pootjes terecht komt. Samen is alles zo veel mooier, makkelijker en beter dan alleen. Ik voel me vrijer, gelukkiger en ben dankbaar om zo veel lieve en prachtige mensen om mij heen. Het waren niet de mooiste dagen van mijn leven, maar toch zal ik ze eeuwig met me meedragen en zullen ze me eraan herinneren waarom ik vecht voor beter.

zondag 11 oktober 2009

Strik.

Ik open mijn raam en ga zitten in het kozijn. Benen bungelen, thee dampt. Ik zoek de torens in de mist en gelukkig ontwar ik lichtjes hun silhouet. Ik luister naar de vallende regen en kijk hoe cirkels en belletjes in plassen snel opduiken, nog sneller verdwijnen. Net zoals hij. Mijn oog valt op een fles parfum, verscholen achter bloemen en kaarsen op mijn vensterbank. Ik strek mijn hand uit, twijfel even, maar pak het flesje dan toch. 'Niet ruiken, niet ruiken.', weergalmt het in mijn hoofd. Ik ruik toch. Zijn geur vervult en pijnigt me.

Het is tijd. Ik diep de doos die hij ooit voor me beschilderde op uit mijn kast en leg er de fles in. Ik neem de boeken die hij me gaf, de brieven die hij me schreef, de foto's, het muziekdoosje waar hij zo vaak aan draaide, vrolijk en vals meezingend, de metrokaartjes, de laatste roos. Ik sluit de doos, strik er een lint rond en zet hem ver weg boven op mijn kast.

De strik zal de doos sieren tot de dag dat we elkaar terug zien. Samen zullen we eindelijk proeven van de fles wijn die ik lang geleden voor ons meebracht uit Saint-Amour. Samen zullen we onze opgeborgen verhalen en liefde herinneren. Samen zullen we besluiten dat ondanks het einde, het verhaal mooier was dan ooit gehoopt.

donderdag 24 september 2009

When autumn leaves start to fall.

Zonder ophouden vliegt mijn trui aan en uit. De zon, wolken, wind en regen plagen elkaar, iedereen verwarrend. De zomer van haar troon stotend, verovert de herfst langzaam het land. Ik wandel langs water en bomen. Terwijl voor mijn voeten de eerste bladeren vallen, strelen zon en wind mijn gezicht. Mijn oog valt op een groot kruis aan de andere kant van het water. Verwondert vraag ik me af hoe het kan dat ik het nu pas ontdek. Ik besef dat ik met opgeheven hoofd langs het water wandel, mijn blik in het rond laat dwalen en niet meer in de verte van het water tuur. Ik neurie een melodie en voel hoe het deze herfst mijn hart vervult in plaats van beklemt. Ik voel verandering, hoop en geloof. De herfst is in mij.

maandag 10 augustus 2009

Een diner als geen ander.

Ik wil zijn dromen niet verstoren en vooral stiekem naar hem kijken tot hij wakker wordt, maar zoals elke ochtend kan ik mezelf niet inhouden, en zeker vandaag niet. Ik fluister dat ik hem liefheb en geef hem achttien zachte kusjes. Hij wordt wakker, glimlacht, en slaat zijn armen om me heen. Terwijl hij me knuffelt, fluister ik: "Liefste, neem je me vanavond mee uit eten, ter ere van onze verjaardag?" Hij kijkt me ietwat bedenkelijk aan. "Pas op of ik kietel!" dreig ik. "Dat heb je nog nooit gedaan! Toe?" Snel beantwoordt hij mijn vraag met een kus of tienduizend.

"Doe je dat ene zwarte jurkje aan?" vraagt hij 's avonds. "Daarin zie ik je zo graag. Ik moet nog even iets regelen, wees klaar als ik terugben!" De deur valt dicht, en ik voel kriebels in mijn buik.

We wandelen door zijn stad, hij leidt me door de straatjes en langs het water. Waarheen wil hij niet zeggen, noch verklapt hij wat er in zijn rugzak zit. We kruipen over het hek van een park en dalen de trappen naar de kade van de Seine af. Plots tovert hij wijn, nootjes, kaarsen, stokbrood, kaas, kersen en zelfs een kleedje tevoorschijn. Ik vlieg hem om de hals. "Je overtreft jezelf!" plaag ik. "Dit had ik echt niet verwacht." Hij kijkt me aan en terwijl hij zegt dat het beste nog moet komen, diept hij uit zijn rugzak een grote pot van het lekkerste ijs ooit op. "Je moet hiermee beginnen." lacht hij. "Het smelt al!"

Ik lig in zijn armen, van het feestmaal blijft niet veel meer over. Ik murmel dat dit het beste diner ooit was, en ik wel elke avond zou willen beginnen met het dessert. "Blijf dan maar eeuwig bij mij." fluistert hij. "Je t'aime, mon amour."

We kussen tot het laatste kaarsje uitgedoofd is, en nog veel langer.

Wat geschreven is.
Mijn Boeken, 25 juni 2008.

dinsdag 4 augustus 2009

Le reste est silence, is alles wat hij zei.

Ik begrijp hem niet. Ik begrijp niet dat hij al zo lang niets van zich laat horen, en ook niet wil weten hoe het met mij gaat. Hoe weer je iemand zo uit hoofd en hart? "Negen maanden zijn niet genoeg," schreef hij. Ondertussen zijn het er al twaalf, een jaar sinds gisteren. Ik had toen het recht me te gedragen zoals hij zich het afgelopen jaar gedragen heeft, maar dat kwam niet eens in mij op. Ik dacht toen dat hij noch ik zo waren, laat staan zo zouden worden.

Ik heb vernomen dat hij mij niet eens meer durft te zien. Nog iets wat ik niet begrijp, alsof ik hem na al die tijd alles nog zou verwijten? Hij weet als geen ander hoe ik met verlies, boosheid, teleurstelling en vooral gekwetstheid omga. Hij vond mij altijd veel te vergevingsgezind, ik vertelde hem dat vergeven mij gelukkiger maakt. Hij zou beter moeten weten.

Ik begin langzaamaan te vrezen dat de rest misschien wel eeuwig stil zal zijn. Als ik hem echter op een dag weer ontmoet, zal ik vertellen dat ik lang geprobeerd heb hem en zijn gedrag te begrijpen, maar ik nu weet dat ik dat nooit zal doen. Vooral dat ik daar gelukkig om ben, omdat ik gevoeld heb wat het met iemand doet om zo weggeveegd te worden en dat niemand toewens. Ik zal hem uiteindelijk vertellen dat ik nog maar een ding van hem wil. Ik wil de belofte dat hij dit nooit of te nimmer meer iemand aandoet die hem liefheeft zoals ik hem liefhad.

woensdag 15 juli 2009

L'amour pour toujours.

Hij schreef een einde aan ons verhaal. Alle liefde die ik toen nog voor hem voelde, kon ik hem niet meer geven, en mocht ik eigenlijk ook niet meer voelen. Hij was er echter nog elke dag, toen pas merkte ik hoe diep hij in mij zat, in alles wat ik voelde, dacht en deed. Hij was er zelfs harder dan ooit tevoren, en ik besefte dat niet morgen de dag was dat ik het einde van ons verhaal zou schrijven.

Een lange tijd was ik verschrikkelijk bitter. Ik had altijd al in onze eeuwigheid geloofd, en dat kwam daarbij vooral door zijn vertrouwen daarin. Ik voelde me belazerd door hem, door mezelf, door de liefde. Ik wilde me echter allesbehalve bitter voelen. Niet alleen maakte dat bittere alle herinneringen donker en nog pijnlijker, het deed me twijfelen aan het bestaan van mooie, pure, eeuwige liefde. Mijn getwijfel en zelfs ongeloof maakten me triestig, voor mij kon een relatie zonder dat eeuwigheidsgevoel niets voorstellen. Wat als het niet bestond?

Ergens tussen toen en nu ben ik het bittere verloren. Voorzichtig geloof ik weer in de liefde. Ik geloof in de liefde zoals ze bezongen wordt door velen, en zoals ze in romans beschreven wordt door anderen. Ik geloof in de liefde zoals ik haar ooit voor hem gevoeld heb.

dinsdag 7 juli 2009

Another lonely day.

Ik voelde me zorgeloos, maar toen deze woorden de hele weide het zwijgen oplegden, brak mijn hart.


Yesterday seems like a life ago,
'cause the one I love, today I hardly know.
You I held so close in my heart, oh dear
grow further from me with every falling tear.

It wouldn't have worked out any way,
so for now it's just another lonely day.
Further along we just may,
but for now it's just another lonely day.