Ik keek toe hoe onbekenden dansten op Rock and Roll alsof hun leven van deze ene avond afhing. Net toen ik besloot dat het al laat genoeg was, nam zijn hand de mijne. Hij keek me aan, iets te lang, niet lang genoeg. Plots zwierde hij me in het rond en ving me op toen ik mijn evenwicht verloor. "Ik kan niet zo goed dansen." verontschuldigde ik me verlegen. "Ik doe ook maar alsof." antwoordde hij.
We dansten samen, soms alleen. Onze ogen lieten elkaar niet meer los, onze handen vonden elkaar telkens weer. Hij kuste me. Tijd stond stil en anderen verdwenen. Toen het licht begon te worden, fluisterde ik mijn naam in zijn oor. Verward keek hij me aan en zei: "Als je de waarheid vertelt, leiden broodkruimels en kiezels ons straks samen naar huis." Hij probeerde de verbazing op mijn gezicht weg te kussen, tevergeefs.