woensdag 28 oktober 2009

Sprookje.

Ik keek toe hoe onbekenden dansten op Rock and Roll alsof hun leven van deze ene avond afhing. Net toen ik besloot dat het al laat genoeg was, nam zijn hand de mijne. Hij keek me aan, iets te lang, niet lang genoeg. Plots zwierde hij me in het rond en ving me op toen ik mijn evenwicht verloor. "Ik kan niet zo goed dansen." verontschuldigde ik me verlegen. "Ik doe ook maar alsof." antwoordde hij.

We dansten samen, soms alleen. Onze ogen lieten elkaar niet meer los, onze handen vonden elkaar telkens weer. Hij kuste me. Tijd stond stil en anderen verdwenen. Toen het licht begon te worden, fluisterde ik mijn naam in zijn oor. Verward keek hij me aan en zei: "Als je de waarheid vertelt, leiden broodkruimels en kiezels ons straks samen naar huis." Hij probeerde de verbazing op mijn gezicht weg te kussen, tevergeefs.

dinsdag 20 oktober 2009

Vechten.

Sinds Samen Alleen zijn de tijden veranderd. Mijn verhaal werd beter ontvangen dan ik had durven dromen. De opluchting was zo groot, zo fijn. Samen zochten we naar een oplossing en vandaag, enkele weken later, voel ik dat we de juiste hebben gevonden. Ook schreef hij plots na lange stilte weer. Ik las zijn verhaal, en merkte dat zijn woorden me niet langer van mijn voetstuk gooien.

Na een verwarrend jaar voelt het alsof alles eindelijk op zijn pootjes terecht komt. Samen is alles zo veel mooier, makkelijker en beter dan alleen. Ik voel me vrijer, gelukkiger en ben dankbaar om zo veel lieve en prachtige mensen om mij heen. Het waren niet de mooiste dagen van mijn leven, maar toch zal ik ze eeuwig met me meedragen en zullen ze me eraan herinneren waarom ik vecht voor beter.

zondag 11 oktober 2009

Strik.

Ik open mijn raam en ga zitten in het kozijn. Benen bungelen, thee dampt. Ik zoek de torens in de mist en gelukkig ontwar ik lichtjes hun silhouet. Ik luister naar de vallende regen en kijk hoe cirkels en belletjes in plassen snel opduiken, nog sneller verdwijnen. Net zoals hij. Mijn oog valt op een fles parfum, verscholen achter bloemen en kaarsen op mijn vensterbank. Ik strek mijn hand uit, twijfel even, maar pak het flesje dan toch. 'Niet ruiken, niet ruiken.', weergalmt het in mijn hoofd. Ik ruik toch. Zijn geur vervult en pijnigt me.

Het is tijd. Ik diep de doos die hij ooit voor me beschilderde op uit mijn kast en leg er de fles in. Ik neem de boeken die hij me gaf, de brieven die hij me schreef, de foto's, het muziekdoosje waar hij zo vaak aan draaide, vrolijk en vals meezingend, de metrokaartjes, de laatste roos. Ik sluit de doos, strik er een lint rond en zet hem ver weg boven op mijn kast.

De strik zal de doos sieren tot de dag dat we elkaar terug zien. Samen zullen we eindelijk proeven van de fles wijn die ik lang geleden voor ons meebracht uit Saint-Amour. Samen zullen we onze opgeborgen verhalen en liefde herinneren. Samen zullen we besluiten dat ondanks het einde, het verhaal mooier was dan ooit gehoopt.

woensdag 7 oktober 2009

M.

Ik wil mijn hoofd legen, maar woorden blijven uit.
Hij gaat het niet redden. Verdomme.

maandag 5 oktober 2009

Gedicht.


Vergeet je niet te leven
dacht ik laatst
de tijd hield stil
een adempauze even

en als je nu eens zonder haast
buiten de tijd om wil
slagbomen neergelaten
dolgedraaide wijzerplaten

onder je door of langs je heen
ze laat voor wat ze zijn en dan
meer lucht en ogen van

het goede aardse zien
een beetje ruimte worden en misschien
iets meer gericht alleen

Kees Hermis


Vandaag bleef ik staan, alles even loslatend.
Dank aan de sticker op het raam.