zaterdag 24 juli 2010

Stilte.

Ook aan de mooiste liedjes komt soms een einde. Ik reageer niet zoals ik hoor of dacht te zullen reageren. Het verwart me, hij verwart me en hij ook. Alles om mij heen raast al weken door, ik kan niet meer.

zondag 6 juni 2010

Stapelzot.

Over enkele dagen is het een half jaar geleden sinds je tegen me opbotste en we pardoes op elkaar verliefd werden. Ik wist al na enkele woorden dat jij bij mij hoorde en ik bij jou - jij had net hetzelfde. Het overdonderde ons, het was alsof we elkaar al jaren kenden, terwijl eigenlijk alles aan elkaar nog te ontdekken viel.

Ondertussen weet ik dat je het haat als ik koffie gedronken heb omdat ik dan naar leraren stink, maar je het dan toch niet kan laten me te kussen. Je kan ook bij geen enkele film je ogen openhouden en 's nachts snurk je soms helaas de pannen van het dak. Je houdt van mijn rood gelakte nagels maar hebt een afschuwelijke hekel aan mijn paarse. Je slurpt altijd als je thee drinkt, dat smaakt volgens jou lekkerder, en je ontbijt elke ochtend met verse ananas. Je bent verschrikkelijk eigenwijs, al beweer je zelf van niet, maar gelukkig ook even lief. Soms tover je 's avonds laat Brusselse wafels tevoorschijn waardoor we slapen in een bed vol poedersuiker. Je houdt evenveel van Rilke als van de onnozelste filmpjes op Youtube en je bent zowel een sloddervos als mijnheer Pietjeprecies. Je bent ook zo gek om 's nachts 370 kilometer te rijden om me 's ochtends wakker te bellen en als verrassing voor mijn deur te staan - je miste me. Je kan verschrikkelijk kwaad worden en al ben je nog niet goed in ruzie maken, het achteraf bijleggen kan je als geen ander. In bad wil je altijd in het Frans praten tot het water koud is en het schuim verdwenen, omdat je het beter onder de knie wil krijgen. Als je rock-'n-roll danst op een trouwfeest ben ik zo fier als een gieter, al ik houd nog veel meer van de dansjes in de keuken waarmee je me de slappe lach bezorgt.

Graag gooi ik er nog een half -of honderd- jaar en een dozijn ontdekkingen bij, want ik ben stapelzot van u.

maandag 24 mei 2010

Brief.

Na twaalf jaar samen kenden we elkaar door en door, dat dachten we toch, en waren we vriendinnen geworden. Ik heb het echter vaak moeilijk gehad met onze vriendschap; ik voelde dat we op latere leeftijd nooit allemaal vriendinnen zouden zijn geworden, maar dat tijd en omstandigheden ons daartoe gedwongen hadden. Er was een onuitgesproken hiƫrarchie aanwezig en ook al deden jullie alsof dat een illusie was, wist iedereen wel beter. Onze vriendschap heeft me vaak gekwetst, maar ergens ben ik jullie daar dankbaar voor. Onbewust hebben jullie me uiteindelijk geleerd veeleisender te (mogen) zijn. Ik verlangde altijd al veel van mijzelf als vriendin, maar eis eindelijk evenveel van anderen. Ik neem afscheid van jullie, we zijn niet (meer) genoeg voor elkaar. De afstand die al drie jaar letterlijk aanwezig is, zal na dit schrijven ook figuurlijk zijn. Ik zal jullie altijd graag zien en koester onze herinneringen, jullie zijn een mooi deel van mijn verleden. Het verleden moet ik echter loslaten voor mijzelf, voor mijn morgen samen met anderen.

Na verdriet komt opluchting en na boosheid komt begrip - ook voor mij. Het ga jullie goed.

zaterdag 8 mei 2010

Handschrift.

Herinner je je nog het allereerste wat je naar me schreef? Je kwam voor het eerst bij mij thuis, we kenden elkaar nog maar net. Nadat je 's ochtends onnozel gedichtjes had voorgedragen, vroeg ik plots naar je handschrift. Ik vond het raar dat ik niet wist hoe het eruit zag en besefte hoeveel er nog te ontdekken viel, hoe pril alles eigenlijk nog was. Net voor je vertrok, zette je enkele woorden op papier. Je handschrift was net zoals ik het me voorgesteld had en op je woorden had ik stiekem gehoopt. Ik wilde je hetzelfde vertellen, maar durfde niet en in plaats van woorden gaf ik je kusjes. Ik miste je verschrikkelijk toen je vertrok en las je briefje die avond nog wel honderd keer. Ik bloosde van geluk.

zaterdag 24 april 2010

Pen en papier.

Sinds een tijd schrijf ik in een oud schriftje waarin ik vroeger op de eerste bladzijde met hanenpoten woorden als mus, miep, school en boom heb geschreven. Ik heb gemerkt dat ik veel liever schrijf op papier met een pen, dit nog altijd met hanenpoten, dan dat ik typ. Ik wil vooral op papier verder schrijven, maar sommige verhalen zullen hier verschijnen. Dit regelmatiger dan de afgelopen tijden; ik was Grijze Dagen weer eens uit het oog verloren.

Voorzichtig schrijf ik daar dat alles op zijn pootjes terecht lijkt te komen. Ik probeer het goed in de hand te houden, ik weet dat het vooral in mijn hoofd zit. Ik leef bewust, maar tegelijkertijd gaat alles bijna vanzelf. Al is geluk nog zo vergankelijk en broos, ik heb voor het eerst amper schrik het te verliezen. De afgelopen weken ging het geluk wel hand in hand met een gevoel van afstand ten opzichte van anderen. Soms lijken ze vreemden en begrijp ik hun niet. Of begrijpen we elkaar niet, zelfs niet na al die tijd. We spreken het niet uit, maar weten het allemaal. Tenminste, dat denk ik, al ligt het misschien ook enkel en alleen maar aan mijzelf. Vroeger werd ik verdrietig van dat eenzame gevoel, het deed pijn. Nu heb ik haar langzaam maar zeker lief. Ik weet dat ze niet blijft, ook al zal ze nog vaak wederkeren en brengt ze nog steeds pijn en twijfels met zich mee. Ik onderga haar echter niet meer, maar leer met haar omgaan. Ik voel me zelfs tegelijkertijd gelukkig. Grijs in al haar tinten is voor mij wit.